
Arnhem, 15 juni 2026 – S-TAX Auto-Taxaties
Een ingevoerde gebruikte auto mag nooit zwaarder met registratiebelasting worden belast dan het bedrag dat nog in een vergelijkbare auto zit die hier al op kenteken staat. Dat is geen mening maar de harde regel van artikel 110 VWEU, en de Europese Commissie dwingt hem nu opnieuw af voor het Hof van Justitie.
In een minuut
Wat is het nieuws?
De Europese Commissie heeft een lidstaat voor het Hof van Justitie van de EU gedaagd (zaak C-451/25, aanhangig sinds 9 juli 2025, PbEU C/2025/4588) wegens een te hoge registratiebelasting op importauto’s, in strijd met artikel 110 VWEU.
Waarom is dit belangrijk?
Het verwijt is tweeledig: de forfaitaire heffing valt hoger uit dan de restbelasting in vergelijkbare binnenlandse auto’s, én importeurs krijgen geen reële mogelijkheid om met tegenbewijs aan te tonen dat de werkelijke restbelasting lager ligt. Dat raakt precies het type heffing waartoe de Nederlandse BPM behoort.
Wat betekent dit voor u?
Wie auto’s importeert, moet erop letten dat de BPM nooit hoger uitkomt dan de rest-BPM in een vergelijkbaar voertuig dat hier al op kenteken staat, en dat tegenbewijs mogelijk blijft. Een forfait zonder tegenbewijs dat boven de restwaarde uitkomt, staat onder Europese druk.
Wat verwijt de Commissie in zaak C-451/25?
In zaak C-451/25 (aanhangig sinds 9 juli 2025, PbEU C/2025/4588) verwijt de Commissie een lidstaat twee dingen. Ten eerste dat de forfaitaire heffing op importauto’s hoger uitvalt dan de restbelasting in gelijksoortige binnenlandse voertuigen. Ten tweede, en dat is de angel, dat importeurs geen enkele reële manier krijgen om dat te weerleggen: geen individuele tegenbewijs- of controletoets waarmee je kunt aantonen dat de werkelijke restbelasting lager ligt dan het tabelbedrag. Wie te veel betaalt, betaalt te veel en klaar.
Waarom dit de kern is voor de autohandel
Voor de autohandel is dit de kern waar alles om draait. De registratiebelasting die nog in een binnenlandse occasion zit, daalt mee met de waarde van die auto. Een importheffing die dat niet volgt, schiet er bovenuit en dat is precies wat verboden is. Een forfaitaire tabel mag, maar alleen als die de werkelijke waardevermindering benadert en als de heffing nooit hoger uitkomt dan de restbelasting op een vergelijkbaar voertuig dat hier al rijdt.
Het Hof legde dit beginsel allang vast
Dat is geen nieuw idee dat Brussel verzint. Het Hof heeft het beginsel keer op keer vastgelegd. In Gomes Valente (C-393/98) mocht een forfaitair stelsel alleen als iedere discriminerende werking is uitgesloten (punt 26) en de eigenaar de tabel in rechte kan aanvechten (punten 32 tot en met 35). In Tulliasiamies en Siilin (C-101/00, punt 88) werd dat tegenbewijsrecht met zoveel woorden erkend. En in de Nederlandse zaak X (C-437/12) zette het Hof de norm waar de hele BPM-praktijk op draait: de heffing mag niet hoger zijn dan het laagste restbedrag in een gelijksoortige, reeds geregistreerde auto (punten 42 en 44), gemeten aan het referentievoertuig waarvan de kenmerken het dichtst aanleunen, kilometerstand en staat inbegrepen (punt 23).
Hetzelfde team, dezelfde lijn: van Malta naar nu
En dan het signaal dat de handel niet mag missen. Het beroep in C-451/25 wordt mede gevoerd door dezelfde Commissie-agent die ook de Malta-zaak deed (C-694/22, arrest 22 februari 2024, volledig toegewezen). Hetzelfde team, dezelfde art. 110-lijn, lidstaat na lidstaat. Brussel behandelt te hoge registratieheffingen op import niet als incident maar als beleid.
Eén nuance om het zuiver te houden: Malta ging over de jaarlijkse houderschapsbelasting, niet over de eenmalige registratiebelasting. C-451/25 raakt wel de registratiebelasting, en dus precies het type heffing waartoe de BPM behoort. De gemene deler is het beginsel: een binnenlandse belasting mag een importauto nooit zwaarder treffen dan het restant dat nog op een vergelijkbaar nationaal voertuig drukt.
De nuance voor Nederland: tegenbewijs bestaat hier al
Eén ding scherp houden: de procedure in C-451/25 loopt tegen een andere lidstaat, niet tegen Nederland. En juist op het zwaarste verwijt, het ontbreken van tegenbewijs, staat Nederland er anders voor. Wie hier een gebruikte auto importeert mag de afschrijving zelf onderbouwen: via de forfaitaire tabel, via een koerslijst, of via een individueel taxatierapport. Die keuzevrijheid is precies de tegenbewijsmogelijkheid die de Commissie elders mist.
Dat maakt de Nederlandse BPM niet onaantastbaar. Ook mét tegenbewijs kan de uitkomst in een concreet geval nog te hoog uitvallen, bijvoorbeeld wanneer de tabel of de gekozen methode de werkelijke waardedaling niet goed treft. Daarover wordt in Nederland nog steeds geprocedeerd. De boodschap is dus genuanceerder dan “Brussel grijpt in”: het systeem kent de juiste uitgang al, maar of die uitgang in uw geval tot de juiste uitkomst leidt, moet u per voertuig blijven controleren.
Wat dit betekent als u importeert
Een arrest laat nog even op zich wachten, een niet-nakomingsprocedure duurt al gauw anderhalf tot tweeënhalf jaar. Maar de boodschap voor iedereen die auto’s importeert is nu al helder: een forfait zonder tegenbewijs, dat boven de restwaarde uitkomt, staat in Brussel onder het vergrootglas.
Hulp nodig bij uw BPM of import?
Twijfelt u of de BPM op uw importauto te hoog is vastgesteld? S-TAX en de ROTA-jurist werken samen aan onderbouwing en procedure. Twee routes, één doel:
Achtergrond op deze site
Zelf uw BPM berekenen of een taxatie aanvragen?
Bereken gratis uw rest-BPM met onze calculator, of vraag direct een BPM-taxatie aan bij een ROTA-erkend taxateur. Rapport binnen 24 uur, juridisch verdedigbaar.
