Artikel 110 VWEU verbiedt EU-lidstaten om ingevoerde producten zwaarder te belasten dan vergelijkbare binnenlandse producten. Voor de Nederlandse BPM betekent dit dat de belasting op een geimporteerde gebruikte auto nooit hoger mag zijn dan de rest-BPM die nog in een vergelijkbaar, al in Nederland geregistreerd voertuig zit. Een reeks arresten van het Hof van Justitie van de EU bevestigt dit principe.

De belasting op geïmporteerde auto’s staat al jaren onder Europese juridische druk. De kern daarvan ligt in artikel 110 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Dit artikel verbiedt lidstaten om producten uit andere EU-landen zwaarder te belasten dan vergelijkbare producten op hun eigen markt.
Voor de Nederlandse BPM op importauto’s is dat een cruciale bepaling. Wanneer een gebruikte auto uit Duitsland, België of een andere EU-lidstaat wordt ingevoerd, mag de belasting die daarop rust niet hoger zijn dan de rest-BPM die nog in vergelijkbare Nederlandse auto’s zit.
De afgelopen decennia heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU) hierover een reeks belangrijke uitspraken gedaan. Daarnaast lopen er momenteel nieuwe procedures die opnieuw invloed kunnen krijgen op nationale voertuigbelastingen.
Hieronder vindt u een overzicht van de belangrijkste arresten en lopende zaken.
Belangrijkste EU-arresten over voertuigbelasting (artikel 110 VWEU)
09/03/1995, Nunes Tadeu
Zaak C-345/93
Lees het volledige arrest op EUR-Lex
Wat besliste het Hof?
Het Hof stelde dat een lidstaat een geïmporteerd gebruikt voertuig niet zwaarder mag belasten dan een vergelijkbaar voertuig dat al op de nationale markt aanwezig is.
Waarom belangrijk voor Nederland?
Dit arrest legde de basis voor het principe dat bij import van gebruikte auto’s gekeken moet worden naar de restbelasting die nog in vergelijkbare nationale voertuigen zit.
22/02/2001, Gomes Valente
Zaak C-393/98
Lees het volledige arrest op EUR-Lex
Wat besliste het Hof?
Afschrijvingssystemen voor gebruikte auto’s moeten de werkelijke waardedaling voldoende benaderen. Een te grove forfaitaire methode kan leiden tot strijd met artikel 110 VWEU.
Waarom belangrijk voor Nederland?
Dit arrest is van groot belang voor discussies over waarderingsmethoden en BPM-taxaties bij BPM. Het Hof zegt hiermee dat een theoretisch model niet mag leiden tot een te hoge belasting.
29/04/2004, Weigel
Zaak C-387/01
Lees het volledige arrest op EUR-Lex
Wat besliste het Hof?
Artikel 110 verbiedt niet elke hoge belasting op auto’s. Het verbiedt alleen belastingen die discrimineren of de nationale markt beschermen.
Waarom belangrijk voor Nederland?
De discussie gaat dus niet over het niveau van BPM op zichzelf, maar over de vergelijking tussen importauto’s en nationale voertuigen.
05/10/2006, Nadasdi en Nemeth
Zaken C-290/05 en C-333/05
Lees het volledige arrest op EUR-Lex
Wat besliste het Hof?
Registratiebelasting die bij aankoop wordt betaald blijft gedeeltelijk aanwezig in de waarde van een gebruikt voertuig. Bij vergelijking moet dus gekeken worden naar het restbedrag van die belasting in binnenlandse voertuigen.
Waarom belangrijk voor Nederland?
Dit arrest vormt een belangrijk fundament voor de gedachte dat BPM in een gebruikte auto nog gedeeltelijk in de marktprijs zit.
18/01/2007, Brzezinski
Zaak C-313/05
Lees het volledige arrest op EUR-Lex
Wat besliste het Hof?
Een regeling kan ook strijdig zijn met artikel 110 als zij formeel neutraal lijkt, maar in de praktijk import van gebruikte auto’s benadeelt.
Waarom belangrijk voor Nederland?
Niet alleen tarieven, maar ook de structuur en werking van de belasting worden door het EU-recht getoetst.
07/04/2011, Tatu
Zaak C-402/09
Lees het volledige arrest op EUR-Lex
Wat besliste het Hof?
Een nationale belasting mag niet zodanig werken dat de verkoop van binnenlandse gebruikte voertuigen wordt beschermd ten opzichte van geïmporteerde voertuigen.
Waarom belangrijk voor Nederland?
Het Hof kijkt nadrukkelijk naar marktwerking en concurrentie-effecten.
19/12/2013, X (Nederlandse BPM-zaak)
Zaak C-437/12
Lees het volledige arrest op EUR-Lex
Wat besliste het Hof?
Om discriminatie te voorkomen moet een belastingplichtige kunnen uitgaan van het laagste restbedrag van registratiebelasting dat nog in vergelijkbare nationale voertuigen zit.
Waarom belangrijk voor Nederland?
Dit arrest heeft direct betrekking op de Nederlandse BPM en wordt nog steeds aangehaald in procedures over importauto’s.
22/02/2024, Commissie tegen Malta
Zaak C-694/22
Lees het volledige arrest op EUR-Lex
Wat besliste het Hof?
Malta schond artikel 110 omdat de jaarlijkse voertuigbelasting geimporteerde tweedehands voertuigen zwaarder belastte dan vergelijkbare voertuigen op de nationale markt.
Waarom belangrijk voor Nederland?
Het Hof bevestigt opnieuw dat zelfs een hogere belasting op import in bepaalde gevallen al strijdig kan zijn met artikel 110.
Lopende EU-zaak: Griekenland
07/05/2025, Europese Commissie verwijst Griekenland naar het Hof
Lees het persbericht van de Europese Commissie
De Europese Commissie vindt dat de Griekse regels voor registratiebelasting en milieubelasting geimporteerde voertuigen benadelen ten opzichte van nationale voertuigen. Deze zaak moet nog door het Hof worden beslist.
Waarom deze zaak belangrijk kan worden:
- De zaak gaat opnieuw over registratiebelasting op auto-import.
- Het Hof kan opnieuw verduidelijken hoe artikel 110 moet worden toegepast.
- De uitspraak kan gevolgen hebben voor vergelijkbare systemen in andere lidstaten, waaronder Nederland.
Waarom dit belangrijk is voor Nederlandse auto-import
Nederland kent met de BPM (Belasting van Personenauto’s en Motorrijwielen) een van de hoogste registratiebelastingen in Europa. Bij import van gebruikte auto’s ontstaat daardoor regelmatig discussie over de vraag hoeveel BPM nog op het voertuig rust.
Volgens het EU-recht moet de belasting op een geimporteerde auto altijd voldoen aan een fundamentele regel: de belasting mag nooit hoger zijn dan de rest-BPM die nog in vergelijkbare Nederlandse voertuigen zit.
De arresten van het Hof maken duidelijk dat:
- Waarderingsmethoden realistisch moeten zijn.
- Theoretische modellen niet tot te hoge belasting mogen leiden.
- Het effect op de markt bepalend is.
- Het laagste restbedrag in vergelijkbare nationale voertuigen beslissend kan zijn.
Voor importeurs, taxateurs en juristen betekent dat de EU-rechtspraak een belangrijke rol speelt bij discussies over BPM-berekeningen en taxaties van geimporteerde voertuigen.
Conclusie
Artikel 110 VWEU vormt al dertig jaar de juridische basis voor discussies over voertuigbelasting binnen de Europese Unie. De reeks arresten van het Hof laat zien dat nationale systemen steeds opnieuw worden getoetst aan een helder principe: geen hogere belasting voor geimporteerde voertuigen dan voor vergelijkbare nationale voertuigen.
Met nieuwe procedures, zoals de zaak tegen Griekenland, blijft dit onderwerp ook in de komende jaren een belangrijke rol spelen voor de Europese en Nederlandse automarkt.
Veelgestelde vragen
Wat houdt artikel 110 VWEU in voor de BPM?
Het verbiedt dat een ingevoerde auto zwaarder wordt belast dan een vergelijkbaar voertuig op de nationale markt. De BPM op een import mag dus niet hoger zijn dan de rest-BPM in een vergelijkbare Nederlandse auto.
Moeten waarderingsmethoden de werkelijke waardedaling benaderen?
Ja. In Gomes Valente (zaak C-393/98) oordeelde het Hof dat afschrijvingssystemen de werkelijke waardedaling voldoende moeten benaderen. Een te grove forfaitaire methode kan strijdig zijn met artikel 110 VWEU.
Mag ik uitgaan van het laagste restbedrag aan BPM?
Ja. In de Nederlandse zaak X (zaak C-437/12) bepaalde het Hof dat een belastingplichtige mag uitgaan van het laagste restbedrag aan registratiebelasting dat nog in vergelijkbare nationale voertuigen zit.
Verbiedt artikel 110 elke hoge autobelasting?
Nee. In Weigel (zaak C-387/01) oordeelde het Hof dat alleen belastingen die discrimineren of de nationale markt beschermen verboden zijn. Het gaat om de vergelijking tussen import en binnenlandse voertuigen, niet om het niveau van de BPM op zichzelf.
Zijn er recente of lopende zaken?
Ja. In Commissie tegen Malta (zaak C-694/22, 2024) bevestigde het Hof opnieuw de norm, en de Europese Commissie verwees Griekenland in mei 2025 naar het Hof wegens benadeling van geimporteerde voertuigen. Zulke uitspraken kunnen ook voor Nederland gevolgen hebben.
Zelf uw BPM berekenen of een taxatie aanvragen?
Bereken gratis uw rest-BPM met onze calculator, of vraag direct een BPM-taxatie aan bij een ROTA-erkend taxateur. Rapport binnen 24 uur, juridisch verdedigbaar.
